Nieuws

09-10-2017: Gevalideerde vragenlijst helpt zorgverleners bij vaststellen dementie

Een gevalideerde vragenlijst zou neurologen en psychiaters helpen een onderscheid te kunnen maken tussen dementie en bepaalde psychiatrische stoornissen. Dit stelt promovendus Jort Vijverberg van de Vrije Universiteit van Amsterdam. De helft van de mensen met dementie krijgt namelijk een psychiatrische diagnose, omdat zij depressieve symptomen en apathie vertonen. Dat meldt VUmc. 

Beginnende dementie brengt vaak gedragsveranderingen met zich mee. Gedragingen die vaak worden verward met een depressie of schizofrenie. Het verlies van motivatie of verlies van empathie of sympathie lijken bij alle aandoeningen erg op elkaar. De psychiatrie kent daarbij ook nog geen hoog aanvullend onderzoek om vast te stellen of er inderdaad sprake is van een psychiatrische stoornis. Door het ontbreken van een hersenscan of een test op afwijkende eiwitten in de hersenen, krijgen  mensen met frontotemporale dementie vaak onterecht een psychiatrische diagnose.

Uit onderzoek van Vijverberg blijkt dat een gevalideerde vragenlijst zorgverleners helpt een beter onderscheid te maken. Daarnaast zou altijd beeldvorming verricht moeten worden, vindt de promovendus. Als een hersenscan alsnog niet voldoende vaststelt, zou genetisch onderzoek of onderzoek van het hersenvocht van de patiënt moeten plaatsvinden. Mensen met frontotemporale dementie hebben namelijk een verhoogd aantal specifieke eiwitten in hun hersenen. Dit hebben mensen met een psychiatrische aandoening niet. Zolang neurologen en psychiaters geen zekere diagnose kunnen stellen, is het bovendien aan te raden om voor een langere tijd follow-up afspraken te maken.

Bron: NZG

09-10-2017: Onderzoek naar leefstijl mensen met een verstandelijke beperking

Dr. Aly Waninge, lector Hanzehogeschool Groningen, heeft samen met negen zorgorganisaties en haar lectoraat onderzoek gedaan naar de leefstijl van mensen met een verstandelijke beperking. Het einddoel van het onderzoek is dat deze groep mensen gezonder kunnen gaan leven met ondersteuning en inzet van de zorgorganisaties. De resultaten van het onderzoek zijn onlangs gepubliceerd in het toonaangevende blad JAMDA. Dat meldt de Hanzehogeschool. 

Zorgorganisaties voor mensen met een verstandelijke beperking nemen sinds een aantal jaren al maatregelen om een gezonde leefstijl, voldoende bewegen en gezonde voeding te ondersteunen en te verbeteren bij hun cliënten. Desondanks blijft het moeilijk om dit consequent in de dagelijkse zorg in te voeren. Het gepubliceerde onderzoek kan hieraan bijdragen door een checklist, waar de maatregelen door de zorgorganisatie aan getoetst kunnen worden. En hiermee is de visie op gezonde leefstijl van mensen met een verstandelijke beperking van de Hanzehogeschool wetenschappelijk onderbouwd.
 
Uit het onderzoek kwam de aanbeveling dat zorgorganisaties hun leefstijlaanpak kunnen verbeteren door expliciet gebruik te maken van een theoretische onderbouwing van de in te zetten maatregelen. Ook, door naast cliënten en professionals, de sociale omgeving en overige externe omgeving meer te betrekken. Daarbij zou het goed zijn als er een organisatie breed gedragen leefstijlbeleid vastgelegd wordt. De bevindingen per zorgorganisatie worden nu teruggekoppeld, zodat deze zorgorganisaties hun leefstijlaanpak kunnen verbeteren: een mooi voorbeeld van een vraag uit de praktijk die met wetenschappelijk onderzoek beantwoord wordt.
 
In 2013 is de Innovatiewerkplaats Active Ageing van mensen met een verstandelijke beperking opgericht, dat onderdeel is van het Centre of Expertise Healthy Ageing van de hogeschool. 

Bron: NZG

20-09-2017: Prinsjesdag 2017: extra geld voor personeel en meer

Wat verandert er in 2018 op het gebied van volksgezondheid? Een overzicht van de voornaamste punten voor verpleegkundigen in de begroting van het ministerie van VWS. 

De begroting van VWS vormt volgens minister Schippers (foto) een fundament waarop een nieuw kabinet verder kan bouwen aan goede en betaalbare zorg, die voor iedereen beschikbaar is. ‘Het zal van een nieuw kabinet en van iedereen in de zorg veel vragen om de best mogelijke zorg te blijven leveren. Zorg die uitgaat van wat mensen nodig hebben: persoonlijk, betaalbaar, met oog voor het verschil. Zorg voor zeventien miljoen mensen.’ Wat zijn de belangrijkste punten voor verpleegkundigen uit de begroting van VWS?

Kwaliteit van de verpleeghuiszorg

De kwaliteit van de verpleeghuiszorg moet omhoog. Het kabinet maakt daarom geld vrij voor de implementatie van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Het kabinet heeft in 2017 incidenteel 100 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de verpleeghuizen waar de verbetering van kwaliteit het hardste nodig is. Daarnaast is bij de Voorjaarsnota vanaf 2017 structureel 100 miljoen euro vrijgemaakt voor de verbetering van de kwaliteit op basis van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. In aanvulling hierop maakt het kabinet vanaf 2018 335 miljoen euro vrij zodat verpleeghuizen het kwaliteitskader verder kunnen implementeren en het aantal handen aan het bed op korte termijn al kan toenemen.

Meer personeel in verpleeghuizen

Omdat verpleeghuizen tijd nodig hebben om goed personeel te werven op de krapper wordende arbeidsmarkt en personeel deels nog opgeleid moet worden, duurt het enkele jaren voordat de uitgaven op het structurele niveau liggen. Voor de scholing van dit personeel stelt het kabinet over de periode 2017–2021 in totaal 275 miljoen euro beschikbaar. De kosten in 2018 worden gedekt binnen de VWS-begroting. Voor de jaren daarna kan het volgende kabinet besluiten hoe de kosten worden gefinancierd.

Extra geld voor méér verpleegkundigen en verzorgenden

Het tekort aan zorgprofessionals loopt flink op. Dit vraagt om het aantrekken van nieuwe mensen en herintreders voor de sector; het behoud van mensen voor de sector; een optimale inzet van het huidige personeel. In de komende periode wordt hier concreet invulling aan gegeven. Bij deze agenda hoort een extra impuls van circa 350 miljoen euro voor de periode 2017 tot 2022. Dit bedrag is bestemd voor scholing van huidig en nieuw personeel en voor het aantrekkelijker maken van werken in de zorg. Een belangrijk deel van dit geld is bestemd voor het aantrekken van extra personeel door verpleeghuizen. Daarnaast is er geld beschikbaar voor het aantrekken van onder andere verpleegkundigen en artsen op de spoedeisende hulp, ambulancepersoneel en zorgprofessionals op de intensive care.

Beroepenstructuur Verpleegkundige vervolgopleidingen

Steeds vaker wordt complexere zorg verleend buiten het ziekenhuis, bijvoorbeeld bij de patiënt thuis. Deze verandering leidt er toe dat gespecialiseerde verpleegkundigen op steeds meer verschillende plekken in de zorg werken. De opleidingsstructuren van (verpleegkundige) vervolgopleidingen sluiten nog onvoldoende aan op deze verandering. Veel vervolgopleidingen zijn meer gericht op werken in het ziekenhuis en worden meestal ook verzorgd door ziekenhuizen. Om tekorten te voorkomen of te bestrijden gaan we samen met betrokken partijen verkennen hoe de structuur van vervolgopleidingen voor professionals die werken buiten het ziekenhuis vorm kan krijgen. In totaal is hiervoor in 2018 €8 miljoen beschikbaar.

Wijkverpleegkundige

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg en voor een deel van de zorg en ondersteuning aan langdurig zieken en ouderen. In de eerste jaren na de decentralisatie is ingezet op een zorgvuldige overgang van taken, waarbij continuïteit van zorg voorop stond. Nu werken de gemeenten hard om de zorg daadwerkelijk te vernieuwen. Het is zaak dat cliënten de verbeteringen daadwerkelijk gaan merken. Dit vraagt om verdere professionalisering en meer samenwerking tussen zorgverleners in de sociale en medische zorg, onder regie van de gemeenten. Punt van aandacht is ook dat door de decentralisatie de administratieve lasten hoog zijn opgelopen. Er worden nu voorbereidingen getroffen om deze drastisch te laten afnemen. Daarvoor bereiden we een aanpassing van de wet voor.

Meer bedden in de eerste lijn

Het is belangrijk dat mensen de juiste zorg krijgen op de juiste plek. Zo richten zorgverzekeraars in overleg met zorgaanbieders regionale loketten in, die huisartsen en ziekenhuizen snel helpen bij het vinden van een juiste plek voor patiënten. Dergelijke initiatieven moeten leiden tot vermindering van onnodige opname van bijvoorbeeld kwetsbare ouderen in ziekenhuizen en er voor zorgen dat mensen, zodra ze het ziekenhuis kunnen verlaten, de beste zorg krijgen. Dat vraagt om meer bedden in de eerste lijn. Eerstelijnsverblijven bieden onder meer zorg aan mensen die door een ziekte even niet meer thuis kunnen wonen. Zij hoeven dan niet naar het ziekenhuis. Ook voor kwetsbare ouderen die na een ziekenhuisopname nog niet terug naar huis kunnen, is een eerstelijnsbed een uitkomst. In 2016 deden ongeveer 28.000 ouderen een beroep op deze vorm van kortdurende zorg. Dat is 5.500 meer dan in 2015. Vanaf 2017 heeft het huidige kabinet 55 miljoen euro vrijgemaakt voor extra bedden en de daarbij behorende organisatie. Hiermee is in totaal 315 miljoen euro beschikbaar voor 2018.

Bron: nursing

11-09-2017: Vragen en antwoorden poh en pvh

Waarom is er naast de poh een pvh nodig in de huisartsenpraktijk?

Vorig jaar is door de werkgeversorganisaties (LHV en Ineen) definitief besloten de functiegroep poh te continueren. De NVvPO heeft zich altijd ingezet voor het behoud van de functie van poh, omdat dit voor patiënten met een chronische aandoening een onmisbare schakel is in de huisartsenpraktijk. Deze inspanningen hebben uiteindelijk geresulteerd in een nieuw geactualiseerd competentieprofiel poh 2017, dat tot stand is gekomen in overleg met werkgevers- en werknemersorganisaties, beroepsverenigingen en samenwerkende hogescholen met projectbegeleiding van de Stichting Sociaal Fonds Huisartsenzorg.

De huisartsenzorg heeft daarnaast behoefte aan de functie van praktijkverpleegkundige huisartsenzorg, omdat de complexiteit van de zorg toeneemt en daarmee ook de complexiteit van taken. Kern van de taak van de pvh is zorg te bieden aan verschillende patiënten groepen, waarbij specifieke verpleegkundige kennis en vaardigheden worden gevraagd.

Het is een keuze van de huisartsenpraktijk welke functie(s) ingezet word(t)en. Dit is afhankelijk van de voorkeur van de huisarts (welke zorg wil de huisarts zelf bieden, welke draag hij/zij liever over), de patiëntenpopulatie en de lokale arbeidsmarkt.

Wat is het verschil tussen een poh en een pvh? 

De POH houdt zich bezig met preventie, monitoring, begeleiding, voorlichting en educatie bij specifieke groepen patiënten, in het bijzonder die met chronische aandoeningen. De POH leert de patiënt omgaan met zijn beperkingen, stimuleert de zelfredzaamheid en een gezonde leefstijl. Ook speelt de POH vaak een coördinerende rol in de samenwerking tussen wijkteams en andere zorgverleners. 

De PVH zal patiënten begeleiden die een combinatie van problemen hebben, zoals cognitieve beperkingen, functionele beperkingen, twee of meerdere chronische ziekten tegelijk, psychosociale problematiek of zitten in een maatschappelijk isolement. Ook de niet-geprotocolleerde zorg zal tot de werkzaamheden van de pvh gaan behoren. Andere aandachtsgebieden van de PVH zijn de oncologische nazorg en de palliatieve zorg. Als basis voor de functie van pvh is de hbo-opleiding verpleegkundige gekozen, omdat dit een brede, generalistische opleiding is en in de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) is vastgelegd wat het deskundigheidsgebied van de verpleegkundige is.

Uit het competentieprofiel van de praktijkverpleegkundige uit 2014 blijkt dat de pvh meerdere patiëntengroepen met gedifferentieerde zorgvragen zal gaan ondersteunen en begeleiden. De toekomstige praktijkverpleegkundige huisartsenzorg zal dus een breder takenpakket krijgen dan de praktijkondersteuner heeft. Dit vraagt verpleegkundige competenties van de pvh, zoals o.a. klinisch redeneren en het stellen van een verpleegkundige diagnose. Voorts wordt van de pvh meer theoretische kennis verwacht ten aanzien van evidence based medicine en evidence based pracise en kan het doen van wetenschappelijk onderzoek onderdeel uitmaken van de werkzaamheden van de pvh.

Ik ben poh-er met verpleegkundige achtergrond en ben al praktijkverpleegkundige huisartsenzorg

Veel verpleegkundigen die aangesteld zijn als poh hebben, noemen zich praktijkverpleegkundige huisartsenzorg. De NVvPO begrijpt dat mensen dit graag op deze wijze naar buiten toe communiceren om recht te doen aan hun verpleegkundige titel.  Het is echter een misverstand dat je als poh met een verpleegkundige vooropleiding al praktijkverpleegkundige huisartsenzorg bent. Er zijn immers nog geen PVH’s opgeleid, die werken volgens het competentieprofiel pvh 2014/Bachelor Nursing 2020. Een aantal opleidingsinstituten wekken op hun website wel de indruk dat je je daar kunt bijscholen tot praktijkverpleegkundige huisartsenzorg. Dat is niet correct. De eerste PVH’s stromen vanaf 2020-2021 uit naar de huisartsenpraktijk.

Het competentieprofiel van de PVH uit 2014 wordt op dit moment geactualiseerd. Dit wordt gedaan door de organisaties die het competentieprofiel van de poh in 2017 hebben opgesteld. En door deze groep wordt tevens onderzocht welk opleidingstraject ontwikkeld dient te worden voor de huidige poh-ers met verpleegkundige vooropleiding om zich te laten bijscholen tot praktijkverpleegkundige huisartsenzorg. Indien hierover meer duidelijkheid bestaat, wordt dit gecommuniceerd via de website en de nieuwsbrief van de NVvPO en het SSFH.

Kan ik als poh-er met doktersassistentenopleiding of met een andere opleidingsachtergrond PVH worden?

Poh’s met een andere vooropleiding dan verpleegkundige kunnen zich ontwikkelen tot PVH door het volgen van een HBO-V opleiding tot verpleegkundige en afhankelijk van de programmering van de hogeschool, met specifieke keuzevakken of een kopstudie PVH of extra modulen. De opleiding HBO-V is nodig, omdat ‘ verpleegkundige’ een beschermde titel is met BIG registratie.

Ik ben nu poh-er en wil dat blijven. Moet ik nu toch de opleiding tot pvh gaan volgen?

De poh die poh wil blijven- en die voornamelijk geprotocolleerde gedelegeerde taken uitvoert - kan binnen de huisartsenzorg zijn/haar functie blijven uitoefenen.

Zoals het er nu naar uit ziet, zal in de huisartsenzorg ook in de toekomst de vraag naar praktijkondersteuners blijven bestaan. Het NIVEL geeft in haar rapport aan dat de groei van poh nog niet lijkt te stoppen[1]. Ze houden rekening met een scenario waarbij huisartsen meer ondersteuners in dienst zullen nemen, zeker als de zorgvraag blijft stijgen. De behoefte aan poh-ers op de arbeidsmarkt zal toenemen, omdat ongeveer de helft van degenen die de functie uitoefenen 50 jaar of ouder is en zullen gaan uitstromen de komende jaren[2]. Daarnaast is er de komende jaren nog minimale beschikbaarheid van afgestudeerde pvh-ers.

Bron: NVvPO


[1] Praktijkondersteuners in beeld, NIVEL 2016.

[2] Dit blijkt uit benchmarkgegevens van PGGM.

 

07-09-2017: Eindrapport van het onderzoek ‘Taakherschikking in de ouderenzorg; kansen, belemmeringen en effecten

Het eindrapport van het onderzoek ‘Taakherschikking in de ouderenzorg; kansen, belemmeringen en effecten’ is gepubliceerd. Dit onderzoek is met een subsidie uitgevoerd door RadboudUMC en de Hogeschool Arnhem/Nijmegen.

De aanleiding van dit onderzoek is gelegen in het feit dat het onduidelijk is op welke wijze taakherschikking in de ouderenzorg wordt vormgegeven, welke (medische) taken Physician Assistants en Verpleegkundig Specialisten en andere zorgprofessionals uitvoeren en wat de (ervaren) effecten van taakherschikking in de ouderenzorg zijn.

In dit rapport is de actuele situatie aan de hand van een literatuuronderzoek, interviews en het bestuderen van cases in kaart gebracht. Het laat zien dat taakherschikking binnen de ouderenzorg in Nederland nog in de kinderschoenen staat. Volgens de onderzoekers ontbreekt het in de eerstelijns ouderenzorg en in verpleeghuizen aan een gedragen eenduidige visie op de inrichting van wie wat doet in de ouderenzorg en in het bijzonder de taakherschikking binnen de ouderenzorg. Waar er sprake is van taakherschikking binnen de ouderenzorg wordt deze zeer divers vormgegeven. De onbekendheid met de inhoud en bevoegdheden van de betreffende zorgprofessionals (Physician Assistant, Verpleegkundig Specialist, verpleegkundige-ouderenzorg) draagt bij aan de grote verschillen in mate van zelfstandigheid van deze professies.

In dit rapport is ook een hoofdstuk toegevoegd over de ontwikkelingen binnen de ouderenzorg en de mogelijke rol van taakherschikking daarin. Tot slot is een raamwerk beschreven waarlangs de verschillende organisaties binnen de ouderenzorg kunnen komen tot een genuanceerd beleid om taakherschikking in te kunnen zetten. Dit kan een belangrijk hulpmiddel zijn om te komen tot een gedragen visie op, en daarmee het beter benutten van de mogelijkheden van taakherschikking binnen de ouderenzorg. Ik zal via het Landelijk Platform Zorgmasters zorgen voor verspreiding van dit rapport in de hoop dat de betrokken partijen hier hun voordeel mee kunnen doen. 

Klik hier voor het gehele rapport

Bron: Ministerie

Klik hier voor meer nieuwsberichten