Nieuws

18-05-2017: Leven met een longziekte in Nederland

Voor u ligt de trendrapportage 2016 ‘Leven met een longziekte in Nederland’, Cijfers en trends over de zorg- en leefsituatie van mensen met een longziekte. Met actuele cijfers over het zorggebruik, ervaringen met de zorg, de impact van de ziekte op de kwaliteit van leven en de belangrijkste ontwikkelingen. Onmisbare informatie om te kunnen aansluiten bij de behoeften en mogelijkheden van mensen met een longziekte. Dit tweejaarlijkse rapport wordt op verzoek van het Longfonds opgesteld door het NIVEL. Voor het eerst zijn ook ervaringen van mensen met zeldzame longziekten onderzocht. Klik hier voor het gehele onderzoek

 

18-05-2017: Trend en signaleringsrapport 2017

Mensen met een beperking of chronisch zieken willen net als ieder ander meedoen in de samenleving en hun leven zelf vormgeven. De ondersteuning en zorg voor mensen met een beperking zijn opgenomen in verschillende wetten zoals de Wet maatschappelijke onder­ steuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Jeugdwet, de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Participatiewet en de Wet passend onderwijs. Maar ook andere voorzieningen en regelingen zijn van belang voor mensen met beperkingen, zoals schuldhulpverlening, vervoer en op het gebied van werk en inkomen. Lees hier het hele rapport 

 

18-05-2017: Zorgwetten maken participatie onmogelijk

Mensen met een beperking en chronische ziekte willen meedoen in de samenleving en hun leven zoveel mogelijk zelf vormgeven. Ze worden daarbij echter vaak gehinderd door obstakels die te maken hebben met de uitvoering van wetten en regelgeving voor zorg en ondersteuning. Dit blijkt uit de signalen van cliëntondersteuners, die MEE NL heeft verzameld in haar Trend- en Signaleringsrapportage 2017.

De MEE-consulenten ondersteunen mensen met een beperking op alle leefgebieden en in alle levensfasen bij problemen die met hun beperking te maken hebben. Zij signaleren daarbij dat deze mensen vaak nog knelpunten ervaren bij de uitvoering van de wetten waarin de zorg en ondersteuning geregeld zijn, zoals de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg (Wlz), de Jeugdwet, de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Participatiewet en de Wet passend onderwijs. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om verschillende regelgevingen die niet goed op elkaar aansluiten, financiële drempels en problemen doordat professionals beperkingen niet herkennen en erkennen.

Bron: MEE

20-03-2017: Tandvleesontsteking kan wijzen op vroege diabetes

Tandartsen en mondhygiënisten hebben een poortwachtersfunctie bij het ontstaan van suikerziekte. Want paradontitis, ernstige tandvleesontsteking, kan wijzen op diabetes mellitus in een vroeg stadium.

Bloedsuikers

Teeuw heeft de bloedsuikerwaarden van mensen met paradontitis gemeten, na het nemen van een vingerprikje bloed. Hij onderzocht 313 mensen: 126 met een milde vorm, 78 met ernstige parodontitis en 109 patiënten zonder parodontitis. Bij 1 op de 5 mensen met ernstige tandvleesontsteking werden verhoogde bloedsuikers aangetroffen, wat duidt op diabetes. De patiënten waren daarvan niet op de hoogte.

Behandeling

Teeuws conclusie is dat tandartspraktijken een hele goede rol kunnen spelen in het signaleren van suikerziekte. Mensen bij wie er aanwijzingen zijn voor diabetes of het voorstadium daarvan kunnen zich dan via de huisarts verder laten onderzoeken, en als inderdaad de diagnose diabetes wordt gesteld, behandeling starten.

Bron: Skipr

 

08-03-2017: 'Veel diabetespatiënten met onbehandelde ulcera'

Relatief veel diabetespatiënten lopen te lang rond met onbehandelde ulcera. Dat stellen arts en onderzoeker Margreet van Putten en diabetespodotherapeut Monique Janssen na onderzoek binnen 96 podotherapiepraktijken.

Diabetespatiënten worden jaarlijks gescreend op het risico dat er bij hen een ulcus ontstaat. Patiënten met een grote tot zeer grote kans hierop worden doorverwezen naar een podotherapeut. De podotherapeuten moeten dan vaststellen of de patiënten medisch zorg nodig hebben om eventuele ulcera te voorkomen. Ulcera zijn duur om te behandelen, en kunnen leiden tot amputaties, en die kosten kunnen oplopen bij late behandeling. Dat was reden voor Van Putten en Janssen om onderzoek te doen naar de omvang van onderbehandeling van ulcera bij diabetespatiënten met – het zwaarste – zorgprofiel 4.

Zij bekeken daarvoor gegevens uit 2015 van 96 podotherapiepraktijken in het midden van het land en de Randstad die onder de vlag van Podotherapie Rondom werken. Dat jaar bleken er 145 patiënten, met een hoog risico op een ulcus, die bij screening al een actieve ulcus bleken te hebben, vooral op de voorvoet. Van hen meldden 64 patiënten dat zij daarvoor al onder behandeling waren bij een of meerdere professionals. Voor een deel betrof dat behandelaars die hiervoor gekwalificeerd waren zoals een huisarts, wondconsulent of diabetesvoetenteam in de tweede lijn. Maar ook werden vaak niet-gekwalificeerde behandelaars als een pedicure of thuiszorghulp genoemd. Daarnaast was er dus een meerderheid, 81 patiënten, die nog geen behandeling kreeg.

Gemiddeld liepen de onderzochte patiënten al drie weken met een ulcus rond, terwijl de richtlijn aanbeveelt om niet-genezende ulcera na twee weken  behandeling in de eerste lijn door te verwijzen naar tweedelijnszorg. Zo was bij een aantal patiënten een ulcus al wel opgemerkt door een pedicure, maar nog niet gezien door huisarts of podotherapeut.

Van Putten en Janssen vinden dat het onderzoek uitwijst dat er 'een aanzienlijk behandeldelay bestaat bij diabetespatiënten met een ulcus in een grote populatie'. Op basis van literatuurstudie constateren ze dat die vertraging deels door de patiënt zelf, maar ook door de ingeschakelde professionals wordt veroorzaakt. Zo speelt een rol dat de patiënt zelf te weinig voetinspecties uitvoert of onvoldoende op de hoogte is van signalen en risico's bij ulcera. Verder zijn er vaak veel zorgverleners betrokken bij deze patiënten, wat vertragend kan werken. Zorgverleners noemden binnen het onderzoek van Van Putten en Janssen nog zaken als werkdruk, ziekte in de praktijk of materiaaltekort als reden om niet op tijd de juiste zorg te kunnen leveren.

Van Putten en Janssen pleiten voor een jaarlijks voetonderzoek bij iedere diabetespatiënt met een hoog tot zeer hoog risico op voetulcera. Maar volgens hen is het ook zaak om meer voorlichting te geven over het belang van goede en snelle behandeling, zowel aan patiënten en hun naasten als aan zorgprofessionals

Bron: Medischcontact

 

Klik hier voor meer nieuwsberichten