Nieuws

16-05-2019: Lokale netwerken ouderenzorg aan de slag met LZO-subsidie

Deze week starten de eerste projecten in de lokale ouderenzorg vanuit de subsidieregeling ‘Lokale netwerken samenhangende ouderenzorg’ van het programma Langdurige Zorg en Ondersteuning (LZO) van ZonMw.

De subsidie is bedoeld voor netwerken die ouderen helpen met de juiste ondersteuning en zorg, zodat zij langer thuis kunnen blijven wonen. In totaal ontvingen 27 netwerken, verspreid over het land, de subsidie. De eerste projecten gaan nu aan de slag. Het is deel van de eerste fase van het subsidietraject, de ontwikkelfase.

In die fase kijken de netwerken met een externe adviseur hoe ze hun aanbod zo goed mogelijk kunnen laten aansluiten bij de behoeften en wensen van de ouderen in hun werkgebied. Een netwerk moet in ieder geval huisartsenzorg en wijkverpleegkundige zorg bieden en verder werken aan uitbreiding naar welzijn en ondersteuning. De plan van aanpak uit deze eerste fase kan worden ingezet bij de aanvragen van een uitwerkingssubsidie, de tweede fase.

Bron: Skipr

16-05-2019: Rekenkamer: effect extra geld verpleeghuizen slecht meetbaar

In hoeverre de ruim 2 miljard aan kwaliteitsgelden de verpleeghuiszorg daadwerkelijk verbeteren, is op dit moment niet goed vast te stellen. Volgens de Algemene Rekenkamer krijgen de zorgkantoren onvoldoende informatie van verpleeghuizen om te boordelen of de kwaliteitsgelden doelmatig worden besteed.

Eén en ander komt naar voren uit onderzoek naar het ‘Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg’. Op grond van dit kader is het budget voor de verpleeghuizen in 2017 structureel met 2,1 miljard euro verhoogd. In 2017 en 2018 is in totaal al 535 miljoen euro al beschikbaar gesteld. Voor dit jaar gaat het om 600 miljoen euro. Met dit extra geld moeten de verpleeghuizen zorgen voor verbetering van de kwaliteit van de zorg. De Tweede Kamer heeft de minister van VWS verzocht om te garanderen dat het geld vooral aan extra personeel wordt besteed.

Informatie

Met het oog hierop is een verdeelsleutel bedacht op grond waarvan 85 procent van de kwaliteitsgelden naar nieuw personeel moet gaan. Om grip te houden op de besteding zijn de kwaliteitsgelden voorlopig ook ondergebracht binnen een afzonderlijk ‘kwaliteitsbudget’. De zorgkantoren hebben de taak gekregen om het extra geld over de verpleeghuizen te verdelen. De Rekenkamer constateert nu dat zorgkantoren nog niet over de informatie beschikken die zij nodig hebben om te kunnen sturen op kwaliteitsverbetering of doelmatige besteding van de extra middelen.

Bezettingsgraad

Als voorbeeld noemt de Rekenkamer de manier waarop nu wordt gemeten of een verpleeghuis voldoet aan de norm voor aanwezigheid van voldoende en vakbekwaam personeel – in het kwaliteitskader genoemd als cruciale randvoorwaarde voor goede zorg. In de praktijk geven aanbieders een algemeen beeld van de samenstelling van het personeelsbestand. De Rekenkamer betwijfelt of dit een goed beeld geeft van de daadwerkelijke aanwezigheid van personeel. De zorgkantoren kunnen zich in ieder geval geen goed beeld vormen van de situatie op de afzonderlijke locaties, doordat de verpleeghuizen de scores niet aanleveren op locatieniveau maar op instellingsniveau.

Te globaal

Betere informatie is volgens de Rekenkamer nodig om het parlement en de samenleving duidelijk te maken in hoeverre de beoogde kwaliteitsverbetering in de verpleeghuizen is gerealiseerd. Het gaat dan met name om de vraag of de bereikte kwaliteitsverbetering in een goede verhouding staat tot de extra uitgaven. De Rekenkamer adviseert de minister van VWS om er snel voor te zorgen dat de zorgkantoren beter geïnformeerd worden over de kwaliteit en het doelmatig functioneren van de verpleeghuizen. Volgens de Rekenkamer is met name de methode om cliënttevredenheid te meten nu te globaal.

Arbeidsmarkt

De Rekenkamer plaatst ook vraagtekens bij de houdbaarheid van de 85-15 verdeelsleutel. Concreet komt dit er op neer dat er 40 duizend nieuwe voltijds werknemers moeten worden aangetrokken. “Gezien de krapte van de arbeidsmarkt in de zorg, is het de vraag of het benodigde personeel gevonden gaat worden”, stelt de Rekenkamer. “Dit probleem kan zich al in 2019 voordoen, maar de kans daarop kan de jaren erna groter worden als de arbeidsmarkt nog krapper wordt geeft zich rekenschap van het feit.”

Sprekende bloempot

Zorgaanbieders pleiten er onder aanvoering ban branchevereniging ActiZ daarom voor om de verdeelsleutel aan te passen, zodat er meer financiële ruimte komt voor arbeidsbesparende technologische innovaties. Om bij de zorginkoop dergelijke wensen en initiatieven van verpleeghuizen op waarde te kunnen schatten, hebben de zorgkantoren volgens de Rekenkamer meer kennis nodig over de effectiviteit van technologische oplossingen. Van technologische zorginnovaties als gps-trackers, incontinentiesensoren en ‘sprekende bloempotten’, moet op zijn minst voldoende aannemelijk zijn dat ze bijdragen aan de goede zorg en welzijn van cliënten in verpleeghuizen.

bron: Skipr

06-05-2019: Wettelijke verplichting gegevensuitwisseling per 2021

Minister Bruins voor Medische Zorg is van plan om in de zomer 2020 een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in te dienen om gegevensuitwisseling in de zorg per 1 januari 2021 verplicht te stellen. Dit stelt de minister in een brief aan de Tweede Kamer. In de brief bevestigt de minister de oproep van de Federatie om voldoende aandacht te besteden aan de gebruikersvriendelijkheid van de systemen en het verbeteren van de kwaliteit van zorg zonder extra administratieve lasten. 

lees verder

03-04-2019: Terugkijktip: ‘wie is de baas over mijn medicijnen’

In de eerste aflevering van De Publieke Tribune buigt men zich over de vraag: Wie is de baas over de medicijnen? 

De wereld van de geneesmiddelen lijkt onder hoogspanning te staan: schaarste, onrust, geldhonger, vervalsingen en spelers die constant naar elkaar wijzen. Wie is wie en wie is waarvoor verantwoordelijk? Waar heeft de patiënt recht op en tegen welke prijs? Wie bepaalt hoeveel iemands leven waard is? 

Bekijk hier de aflevering

03-04-2019: Gebruik zware pijnstillers stijgt explosief

Het aantal mensen dat zware pijnstillers gebruikt is in zeven jaar tijd met 55 procent toegenomen. Gebruikten in 2010 zo'n 650.000 opioïden, in 2017 waren dit er ruim één miljoen mensen. Ook de duur van het gebruik groeide; ruim 218.000 Nederlanders namen langer dan drie maanden pijnstillers

Dat meldt Zorgverzekeraars Nederland (ZN) op basis van wetenschappelijk onderzoek. De groei van het gebruik van zware pijnstillers is met name veroorzaakt door een verviervoudiging van het gebruik van oxycodon. De hoeveelheid oxycodon die door medisch specialisten, vooral (orthopedisch) chirurgenen internisten, werd voorgeschreven steeg in de periode 2010-2017 van 2,8 procent naar 14,2 procent. Binnen Europa neemt Nederland, van landen met het hoogste opioïdegebruik, met plek 9 een prominente plaats in als grootgebruiker.

Volgens ZN was het voor artsen en beleidsmakers door een beperkt inzicht in cijfers en details tot nu toe niet duidelijk hoe problematisch het opioïdegebruik in Nederland is. Door de declaratiegegevens van zorgverzekeraars als uitgangspunt te nemen, hebben ZN en Vektis kunnen vaststellen hoe het totale gebruik aan opioïden in Nederland zich in de periode van 2010 tot 2017 heeft ontwikkeld.

Langdurig gebruik
Niet alleen het gebruik van zware pijnstillers nam toe, ook de periode waarin ze gebruikt werden. Ruim 218.000 Nederlanders namen langer dan drie maanden pijnstillers als Tramadol, iets lichter dan morfine, en Fentanyl, dat veel sterker is dan morfine. Die pillen zijn volgens deskundigen juist niet bedoeld voor langdurig gebruik. Alleen voor terminale kankerpatiënten zou het zinvol zijn ze langer dan drie maanden te gebruiken.

Van de opioïdegebruikers is 60 procent vrouw en 40 procent man. Ouderen gebruiken de zware pijnstillers vaker dan jongeren. In de meeste gevallen is het de huisarts die het middel voorschrijft.

Zorgelijk

Het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) vindt de toename van het langdurig gebruik van zware pijnstillers “een zorgelijke ontwikkeling''. Het genootschap heeft het advies aan de leden vorig jaar aangescherpt om te voorkomen dat opioïden onnodig of onnodig lang worden gebruikt. “Huisarts, apotheker en behandelend medisch specialisten hebben, net als bij alle andere medicijnen, een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de patiënt goed voor te lichten over veilig gebruik van pijnstillende middelen'', aldus het genootschap. 

(Skipr/ANP)

Klik hier voor meer nieuwsberichten